Kapitaalverzekering eigen Woning (KEW)

Fictieve uitkering
In bepaalde situaties wordt er fiscaal een uitkering in aanmerking genomen zonder dat de kapitaalverzekering daadwerkelijk tot uitkering is gekomen. Dit is bijvoorbeeld het geval als aan één van de hiervoor genoemde eisen niet of niet langer wordt voldaan. In beginsel is dan over het rentebestanddeel in de uitkering in box 1 heffing verschuldigd. Dit rentebestanddeel wordt gesteld op de waarde op dat moment minus de tot dat moment betaalde premies. Alleen als de KEW-vrijstelling van toepassing is, kan de uitkering vrij van heffing worden genoten. Deze KEW-vrijstelling komt verderop aan de orde.

Ook als de verzekering langer dan 30 jaar doorloopt, wordt er in ieder geval een uitkering in aanmerking genomen. De daadwerkelijke uitkering dient dus uiterlijk na verloop van 30 jaar gedaan te worden. Alleen in dat geval kan worden voldaan aan de eisen van de KEW vrijstelling.

Bij afkoop, vervreemding of inbreng van de KEW in het vermogen van een onderneming wordt eveneens een uitkering in aanmerking genomen.


Vrijstelling
De uitkering uit de KEW is vrijgesteld als wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Wordt hier niet aan voldaan dan wordt het rentebestanddeel belast in box 1. Het rentebestanddeel bestaat in de uitkering, verminderd met de betaalde premies. De KEW-vrijstelling is van toepassing op een uit een KEW genoten uitkering:
• op einddatum bij in leven zijn van de verzekerde;
• bij diens (eerder) overlijden; en
• bij afkoop.

De KEW-vrijstelling kan pas worden toegepast als aan de voor de KEW geldende premieduur-, bandbreedte- en aflossingseis is voldaan. De KEW-vrijstelling kan alleen worden gebruikt indien en voorzover de uitkering wordt gebruikt om de lening voor de eigen woning af te lossen.

De hoogte van de toe te passen vrijstelling is mede afhankelijk van de duur van de premiebetaling. De uitkering uit een KEW blijft onbelast als:
1. deze niet meer bedraagt dan € 30.500 en er voor die uitkering ten minste 15 jaar premie is voldaan;
2. deze niet meer bedraagt dan € 134.500 en er voor die uitkering ten minste 20 jaar, of, als de verzekering tot uitkering komt door overlijden, tot dat overlijden jaarlijks premies zijn voldaan.

Deze vrijstelling is geïndexeerd. Dit betekent dat de genoemde bedragen jaarlijks worden verhoogd aan de hand van de inflatiecorrectiefactor.


Partners
De KEW-vrijstelling is niet overdraagbaar aan de partner. Indien wordt verwacht dat de uitkering op de einddatum uitgaat boven de vrijstelling van € 134.500, is het verstandig hier bij voorbaat rekening mee te houden. Bij fiscale partners kan elke partner aanspraak maken op diens vrijstelling. Voor beide partners tezamen geldt derhalve in totaliteit een vrijstelling van € 269.000. Om de eigen vrijstelling te gebruiken, zal iedere partner afzonderlijk als begunstigde van de uitkering dienen te worden aangemerkt.


Verlaging vrijstelling
De hiervoor genoemde vrijgestelde bedragen worden in de volgende gevallen verlaagd:
• als in het verleden van de KEW-vrijstelling gebruik is gemaakt, worden de genoemde maxima verlaagd met het bedrag waarvoor de vrijstelling is gebruikt;
• ook als in het verleden gebruik is gemaakt van een vrijgestelde uitkering uit een kapitaalverzekering kunnen de genoemde maxima verlaagd worden;
• als de lening voor de eigen woning lager is dan de hiervoor genoemde bedragen, is de KEW-vrijstelling alleen van toepassing tot het bedrag gelijk aan de lening voor de eigen woning;
• als een belastingplichtige verhuist van een eigen woning naar een huurwoning en de kapitaalverzekering blijft doorlopen, wordt er door de belastingdienst toch een uitkering in aanmerking genomen. De KEW-vrijstelling kan op dat moment echter worden gebruikt, ook al is niet aan het premieduur- en aflossingsvereiste voldaan. De in de toekomst te gebruiken KEW-vrijstelling wordt in dit geval verminderd met het op moment van verhuizen naar de huurwoning gebruikte bedrag.

Overlijdensuitkering
Zoals hiervoor is aangegeven kan ook het uit een KEW genoten voordeel bij overlijden onder de KEW-vrijstelling vallen. Als een belastingplichtige een uitkering bij het overlijden van zijn partner ontvangt, dan mag hij het bedrag van zijn vrijstelling verhogen met het bedrag van de resterende vrijstelling van de overleden partner. Deze verhoging is gemaximeerd tot de genoten overlijdensuitkering. Vervolgens gebruikt de langstlevende partner eerst de verhoging. Voorzover deze niet toereikend is, wordt pas diens eigen vrijstelling benut.


Uitkering hoger dan vrijstelling
Het kan natuurlijk voorkomen dat de uitkering uit een KEW hoger is dan de uiteindelijk toe te passen KEW-vrijstelling. In dat geval zal niet de gehele uitkering belastingvrij kunnen worden ontvangen. Over het rentebestanddeel in het niet-vrijgestelde deel van de uitkering moet in box 1 belasting worden betaald.

[Ga terug]